3.

Economie en Leefomgeving

Economische ontwikkeling, een toenemend aantal woningzoekenden, veranderende woonwensen, de groeiende noodzaak tot duurzame energieopwekking en de wens tot behoud van biodiversiteit en recreatief aantrekkelijk groen, vragen keuzes hoe om te gaan met de schaarse ruimte in de regio.

Integraal ruimtelijk kader

De beste keuze vanuit het ene sectorale perspectief kan op gespannen voet staan met die uit een ander perspectief. Onderlinge afstemming van sectorale wensen en strategische keuzes op regionaal niveau dragen bij aan de gewenste ontwikkeling van Holland Rijnland en het vergroten van de leefkwaliteit. Holland Rijnland maakt een integraal ruimtelijk afwegingskader. Hierin leggen we strategische keuzes op regionaal niveau vast over welke ruimte-vragende activiteiten de gemeenten mogelijk willen maken, en waar. De lusten en lasten van verschillende activiteiten worden verdeeld. Het gaat daarbij om ruimteclaims die de gemeenten lokaal of subregionaal niet kunnen inwilligen. Dit integraal ruimtelijk afwegingskader geeft richting aan besluitvorming over ruimtegebruik. De wijze waarop deze besluitvorming verloopt en de instrumenten die daarbij een rol spelen, verandert in 2021 met de invoering van de Omgevingswet. Holland Rijnland sluit hierbij aan met de invulling van dit afwegingskader.

Keuzes waar we onder andere op regionaal niveau in onderling verband voor staan, zijn:

  • Locaties voor woningbouw waarin wordt gezocht naar een balans tussen binnen- en buitenstedelijk bouwen met prioriteit voor binnenstedelijk;
  • Versterken van (gemeentegrensoverschrijdende) natuur en landschap ten behoeve van het behoud van biodiversiteit en de versterking van recreatieve aantrekkelijkheid;
  • Verder vormgeven van de zoekrichtingen voor locaties voor windturbines en zonnevelden;
  • Wijze van invullen van een groeiende mobiliteitsbehoefte;
  • Ruimte voor bedrijvigheid waarin (sub)regionaal niet kan worden voorzien.
  • Ruimte die nodig is voor klimaatadaptatie;
‘Wij willen dat Holland Rijnland een integraal ruimtelijk afwegingskader opstelt, gebruikmakend van het
werk dat al verricht is door verschillende gemeenten voor
hun omgevingsvisie en omgevingsplannen.’

- Hillegom -
‘We gaan ervan uit dat Holland Rijnland waarborgt, dat de vier niet aangesloten gemeenten gelijkwaardig worden meegenomen in alle basisinformatie van Hart van Holland en dat de belangen van deze gemeenten op gelijk niveau worden afgewogen.’

- Nieuwkoop -

Om tot het integraal ruimtelijk afwegingskader te komen,
maken we een ruimtelijke vertaling van regionale sectorale agenda’s en strategieën (zie volgende paragrafen) en wegen deze tegen elkaar af. We maken hierbij gebruik van het al verrichte werk van de verschillende gemeenten voor hun omgevingsvisies en -plannen waaronder de inspanningen binnen Hart van Holland.


Regionale woonagenda

Holland Rijnland zorgt voor een actuele Regionale Woonagenda. De huidige woonagenda stamt uit 2017 (maart 2018 vastgesteld). Met de woonagenda zorgen we ervoor dat de woningbouwontwikkeling aansluit bij de behoefte in de regio, zowel in aantallen als kwaliteit. Ontwikkelingen zoals de nieuwe woonbehoefte-verkenning van de provincie Zuid-Holland zijn aanleiding om de agenda te actualiseren. Ruimte voor huisvesting voor doelgroepen maatschappelijke zorg en arbeidsmigranten (flexwonen) heeft daarbij onze aandacht.

Daarnaast faciliteert Holland Rijnland jaarlijks het bestuurlijk gesprek tussen de gemeenten en met de provincie over de balans tussen vraag en aanbod op de woningmarkt aan de hand van het woningbouwprogramma. De Regionale Woonagenda is het kader voor het woningbouwprogramma dat Holland Rijnland jaarlijks opstelt. Er is daarbij oog voor lokale en regionale verscheidenheid. We signaleren kansen en knelpunten rondom de realisatie en versnelling van onze woonopgave in relatie tot andere ruimtevragende activiteiten.


De provincie toetst hieraan, zodat bouwplannen niet afzonderlijk door hen hoeven te worden beoordeeld. Aanvaarding van onze Regionale Woonagenda en jaarlijkse woningbouwprogramma door de provincie helpt ons dus om planologische procedures te versnellen.

Overeenkomstig de Regionale Woonagenda uit 2017 hebben wij de opgave om 30.000 nieuwe woningen te bouwen voor 2030, passend bij de voorkeuren van woningzoekenden qua woning en woonomgeving. De toenemende vraag naar woningen vloeit voort uit bevolkingsgroei, druk vanuit omliggende regio’s, vergrijzing, een veranderende samenstelling van de bevolking, extramuralisering en decentralisatie van taken op het gebied van de maatschappelijke opvang. Zo blijft het aantal eenpersoonshuishoudens groeien. Ook de woonwensen van mensen veranderen. Er is meer behoefte aan tijdelijke woonvormen voor spoedzoekers, arbeidsmigranten, statushouders en uitstroom uit de maatschappelijke opvang (flexwonen). De uitbreiding van het wonen in de regio moet aansluiten bij bestaand stads- en dorpsgebied. Het uitgangspunt is om zuinig om te gaan met de open ruimten in de regio.

Gezien de druk op de woningmarkt blijft het nodig om tempo te maken en om in te spelen op de vraag naar wonen in een moderne woonwijk. Hierbij verschillen de mogelijkheden in het stedelijke en in het meer landelijke gebied in onze regio. Daarnaast zetten we een monitor op waarmee de gemeenten kunnen sturen op de voortgang van de Regionale Woonagenda: bouwen we de juiste woning op de juiste plek?


Na opheffing van het ambassadeursteam huisvesting EU-arbeidsmigranten begin 2019, blijft er behoefte om onderling kennis te delen en te leren van gemeenten buiten onze regio. Hiervoor benutten we Holland Rijnland als platform voor kennisdeling en beleidsafstemming over arbeidsmigranten.

‘Wij willen een fundamenteel onderzoek of het huidige verdeelcriterium op basis van inschrijfduur nog wel het juiste systeem is voor verdeling van woonruimte.’

– Kaag en Braassem -

Vernieuwing huisvestingsverordening en uitvoering urgentie

De spelregels voor de verdeling van sociale huurwoningen leggen wij periodiek vast in de regionale huisvestingsverordening. De woningmarkt functioneert op regionale schaal. Een rechtvaardige en doelmatige verdeling van schaarse woonruimte in de sociale sector vereist daarom spelregels op regionaal niveau. Samen met de gemeenten bekijken we of de verordening tussentijds aanpassing behoeft.


Per 1 juli 2019 is de nieuwe verordening van kracht. Met het oog op de decentralisatie maatschappelijke zorg per 2021 wordt reeds in 2019 gestart met het proces voor de Huisvestingsverordening 2021. Bij Holland Rijnland heeft het secretariaat van de Regionale Urgentie Commissie een uitvoerende taak bij het verlenen van urgentie.

Regionale strategiën voor bedrijventerreinen en kantoren

Op basis van de economische agenda’s van de subregio’s
en onze omgevingsvisies stemmen de gemeenten van
Holland Rijnland onderling af welk soort bedrijvigheid (kantoren en verschillende categorieën bedrijven) zij waar in hun gebied willen. Holland Rijnland faciliteert deze afstemming. Het resultaat van deze afstemming leggen we vast in een regionale kantorenstrategie en in een regionale bedrijvenstrategie. De regionale kantorenstrategie is vastgesteld begin 2019, aan de bedrijvenstrategie wordt nog gewerkt. De vraag naar ruimte voor bedrijven groeit, de beschikbare ruimte is beperkt. We willen in onderlinge afstemming de juiste keuzes maken die optimaal bijdragen aan de economische groei van de regio en het arbeidsmarkt-potentieel van onze bevolking. De centrale ligging van onze regio tussen twee metropoolregio’s, biedt kansen voor economische groei en werkgelegenheid. De provincie Zuid-Holland vraagt om een regionale kantoren- en bedrijvenstrategie.


‘Op economisch gebied is de volgorde van behandeling en afstemming eerst lokaal, vervolgens subregionaal en dan pas regionaal. Dat neemt niet weg dat we op thema’s zoals bedrijventerreinen moeten afstemmen met andere ruimtevragers. De schaal van Holland Rijnland is hiervoor het best passend.’

- Teylingen -

Holland Rijnland houdt deze strategieën actueel en helpt om te sturen op de regionale afspraken die hierin zijn vastgelegd. Deze strategieën vormen de economische input voor integrale afwegingen die we willen maken met betrekking tot andere ruimtevragers (wonen, energietransitie, natuur en recreatie en mobiliteit).


Als uitgangspunt geldt dat de gemeenten eerst lokaal en subregionaal kijken of zij op dat schaalniveau tegemoet kunnen (en willen) komen aan de vraag vanuit het bedrijfsleven. Komen zij er subregionaal niet uit, dan kijken zij of ze regionaal nog ruimte kunnen en willen bieden of ook willen verwijzen naar omliggende regio’s.

Een ander uitgangspunt is om maximaal in te zetten op verdichting en intensiever gebruik van bestaande kantoorlocaties en bedrijventerreinen, verduurzaming en herstructurering en functiemenging waar mogelijk. Gemeenten willen leren van elkaar en van andere regio’s hoe je daarbij slimmer met schaarse ruimte omgaat. Mogelijk nieuwe werklocaties dienen nadrukkelijk te worden afgewogen ten opzichte van aanvullende opgaven op het gebied van onder meer woningbouw en energietransitie. Naast de fysieke inpassing van werklocaties hebben we oog voor de effecten van globalisering, digitalisering en robotisering van de economie.


Regionale strategie natuur, landschap en recreatie

In de regionale strategie natuur en recreatie leggen we vast welke gebieden van belang zijn voor het vergroten van biodiversiteit, ecosysteemdiensten en het vergroten van recreatieve aantrekkelijkheid. De kwaliteit van onze landschappen, en de flora en fauna die deze herbergen, is niet vanzelfsprekend. De komende periode zal er sprake zijn van een toenemende verstedelijking, bedrijvigheid en mobiliteit.


De rijkdom aan landschappelijke diversiteit die het hele gebied van Holland Rijnland kenmerkt, is de basis voor toekomstige ontwikkelingen. De verwachting is dat dier- en plantensoorten verder afnemen. Zo is bijvoorbeeld in Zuid-Holland het aantal insecten met 85% gedaald (ten opzichte van een landelijke daling van 75%). Ook denken de deskundigen dat tot 2040 de soortenrijkdom in het duinlandschap zal afnemen door klimaatverandering. Regionale keuzes helpen om de bestaande kwaliteit op bepaalde plekken te versterken en niet alles overal te stimuleren. Denk bijvoorbeeld aan het natuurlijke karakter van de Nieuwkoopse plassen ten opzichte van de recreatieve aantrekkelijkheid van de Kagerplassen.

De basis voor onze regionale strategie natuur, landschap en recreatie vormen de resultaten van de werkgroep Leefomgeving van Hart van Holland die al op de schaal van Holland Rijnland is georganiseerd. Ook de visie Haarlemmertrekvaart, het uitvoeringsprogramma Hollandse Plassen en de visie Nationaal Park Hollandse Duinen leveren input. De regionale strategie sluit aan bij het provinciale beleid voor een 'Rijke Groenblauwe Leefomgeving' en vormt de basis voor het beïnvloeden van het beleid van andere overheden. Holland Rijnland zorgt ervoor dat er vanuit het regionale groenprogramma fondsen ter beschikking worden gesteld om in de aangewezen gebieden maatregelen uit te voeren die de gewenste kwaliteit versterken en de bedreiging van deze gebieden beperken. In het Groenprogramma resteert nog een fors budget voor het gebied van het oude Holland Rijnland. Vanuit de Rijn- en Veenstreek kunnen eigen fondsen worden ingezet daar waar dit complementair is.

Voor de komende periode zetten we in op vernieuwing van het Groenprogramma. Holland Rijnland faciliteert de totstandkoming van een aantal nieuwe uitvoeringsovereenkomsten. Waterrecreatie en biodiversiteit zijn speerpunten. We gaan op zoek naar icoonprojecten. Een andere mogelijkheid is uiteraard dat gemeenten eigen fondsen inzetten om bij te dragen aan de uitvoering van de regionale strategie voor natuur, landschap en recreatie.


‘Wij verzoeken Holland Rijnland zo snel mogelijk met een uitvoeringsprogramma te komen voor de verdere besteding van het Groenfonds. Projecten die de biodiversiteit bevorderen moeten hierin voorrang krijgen.'

- Leiden -

Regionale strategie mobiliteit

Het is nodig om de mobiliteitsopgave van Holland Rijnland te actualiseren en aan te passen aan de nieuwe maatschappelijke situatie. We willen ons vaker en verder verplaatsen. Veel van de in het verleden benoemde projecten en werkzaamheden zijn afgerond, naderen hun voltooiing of zijn in gang gezet. Het bestaande Regionale Verkeer- en Vervoersplan (RVVP), de daarvan afgeleide uitvoeringsprogramma’s en de daarbij behorende kaarten waarop de provincie haar subsidieverlening baseert, zijn niet meer actueel. We maken daarom een nieuwe regionale strategie mobiliteit. Hierin willen we samen optrekken met Hart van Holland en beschouwen mobiliteit meteen op de schaal van Holland Rijnland. De Regionale Strategie Mobiliteit vormt de basis voor lobby, subsidieverwerving en fondsvorming en de integrale ruimtelijke afweging.

Door onze centrale ligging profiteren we van de infrastructuur die Amsterdam en Schiphol - zowel via het spoor als via de weg - verbindt met Den Haag en Rotterdam. Ondanks deze snelle verkeersassen en de aanleg van de Rijnlandroute (verwachte realisatie 2022) en de Duinpolderweg, heeft ons wegennet nog niet het noodzakelijke kwaliteitsniveau. Er ontbreken meerdere goede Oost-Westverbindingen en op de Noord-Zuidverbinding komen opstoppingen regelmatig voor, bijvoorbeeld op de N207, een belangrijke verbinding van de Rijn- en Veenstreek naar de Metropoolregio Amsterdam.

Naast verdere investeringen in het wegennet, is verbetering van het OV nodig. Dit betreft zowel spoor, als (snel) bus en aansluiting op de metrolijnen (lightrail) vanuit de Metropoolregio’s Amsterdam en Rotterdam-Den Haag. Het gaat hierbij om ketenmobiliteit. We leggen nadrukkelijk de verbinding met OV2040, de toekomstvisie op het OV van het Rijk. We willen dat meer reizigers de auto laten staan. We vinden het wenselijk dat de fiets ook meer dan nu een alternatief wordt voor de auto. Onze regio beschikt over een fijnmazig netwerk voor fietsers en voetgangers, maar er zijn nog ontbrekende schakels. Ook zijn niet alle routes even veilig, comfortabel en mooi. Mede door de opkomst van de elektrische fiets, stellen we andere en steeds hogere eisen aan fietsverbindingen. Vertrekpunt voor de Regionale Strategie Mobiliteit vormen de knelpuntenanalyse en de mobiliteitsagenda uit 2017. De OV-visie die we vanaf najaar 2019 in aansluiting op het beleidskader voor de OV-concessie maken, verbinden we met de regionale strategie mobiliteit. We willen een aparte OV-visie maken, omdat OV meer is dan alleen busvervoer en we in aansluiting op de Toekomstvisie van het Rijk (OV2040) verder vooruit willen kijken.


De OV-visie realiseren we samen met de regio Midden-Holland met wie we ook een concessiegebied vormen voor het busvervoer. Voor het beleidskader OV dat de basis vormt voor de aanbesteding van een nieuwe concessie, is de provincie Zuid-Holland het bevoegd gezag. Zij hechten hierbij aan samenwerking met de deelnemende regio’s.

Naast bovengenoemde strategische functie, vervult Holland Rijnland ook een aantal uitvoerende taken op het gebied van mobiliteit. Holland Rijnland zorgt voor toekenning van subsidies op basis van het actieprogramma verkeersveiligheid. Via voorlichting en educatie stimuleren we verkeersdeelnemers tot veiliger weggedrag. Holland Rijnland treedt op als opdrachtgever naar uitvoerende partijen zoals de Onderwijsbegeleidingsdienst. Door een veranderend rijksbeleid verwachten we dat er de komende jaren meer aandacht komt voor handhaving van verkeersregels en voor aanpassing van infrastructuur om verkeersonveilige situaties te voorkomen.


Ook verzorgt Holland Rijnland het contractbeheer en de coördinatie van overleg tussen klantorganisaties en vervoerder voor het Collectief Vraagafhankelijk Vervoer (Regiotaxi).

‘De gemeenteraad onderstreept de noodzaak van een ambitieuze regionale verduurzaamheidsopgave. Vanwege dit belang verwachten wij dat realisme voorop staat en betaalbaarheid en draagvlak dominant zijn in de uitvoering.’
- Oegstgeest -

Regionale energietransitie

Het Energieakkoord Holland Rijnland vormen we om tot een Regionale Energiestrategie (RES). Net als bij het energieakkoord werken de Holland Rijnland-gemeenten samen met de provincie, het waterschap, de omgevingsdienst, de netbeheerders, het bedrijfsleven en maatschappelijke partijen. Binnen de gemeenten is er aandacht voor inwonerparticipatie bij de uitvoering van de RES.

Rijk, VNG, IPO en UvW ondertekenen naar verwachting eind 2019 het Klimaatakkoord waar de verplichting uit voortvloeit om een RES te maken. Het gebied Holland Rijnland is aangewezen als één van de dertig RES-regio’s. De RES is een product dat beschrijft welke strategie de RES-regio hanteert om lokale en regionale energiedoelstellingen te bepalen en te behalen. De RES heeft een horizon van 2030 met een doorkijk naar 2050. Op deze wijze wordt duidelijk hoeveel elke regio bijdraagt aan het realiseren van de nationale klimaatdoelen. Een RES gaat in ieder geval in op de thema’s duurzame energieopwekking (zon, wind en warmte) en duurzaam gebouwde omgeving.

‘Voor de energietransitie, klimaatopgaven heb je gewoon een grote schaal en
expertise en lobby nodig. Dat zit in Holland Rijnland goed verankerd.’

- Voorschoten -

Voordat de RES er is, blijven de deelnemende partijen samenwerken om uitvoering te geven aan het Energieakkoord Holland Rijnland. Zij onderkenden als één van de eerste regio’s in Nederland dat het zinvol is om samen te werken aan CO2-reductie. In dit akkoord legden de deelnemers hun ambities vast om in 2050 een energieneutrale regio te zijn. Uitvoering hiervan gebeurt aan de hand van een jaarlijks uitvoeringsprogramma. Holland Rijnland is verantwoordelijk voor het programmamanagement. In het programma voor 2019 onderscheiden we vijf uitvoeringslijnen: energie en ruimte, warmte, energiebesparing, zon op daken en duurzame mobiliteit.


De regionale samenwerking is aanvullend op de projecten die betrokken partijen zelf lokaal uitvoeren. Voor een duurzame, betaalbare en betrouwbare warmtevoorziening volstaan lokale oplossingen echter niet. We zetten ons in om regionale voorzieningen te kunnen realiseren, zoals bijvoorbeeld de warmterotonde voor gebruik van restwarmte uit het Rotterdamse havengebied. Duurzame energieopwekking vraagt ook om herbestemming van ruimte waarvoor regionale afspraken nodig zijn. Naast energiebesparing en zonnepanelen op daken zijn grootschalige voorzieningen zoals zonnevelden en windturbines noodzakelijk, om te komen tot een energieneutrale regio. We kijken hierbij in eerste instantie naar restruimte van infrastructuur, braakliggende terreinen of mogelijkheden voor tijdelijke voorzieningen.